Als kleine jongen zag men
deze Wolof uit Dakar, Senegal, al graag dansen op feesten. Vooral zijn vrienden
sleepten hem vaak mee naar tandebèrs (Senegalese feesten omwille van
geboortes, verjaardagen etc.) om zo geld te verkrijgen. Een goede danser(es)
wordt op deze feesten namelijk geld voor zijn of haar prestaties toegestopt
en Issa bracht flink wat binnen. ‘Ik hield ontzettend veel van alle
soorten dansen: funk- en breakdance, salsa en natuurlijk sabar’, aldus
Issa.
Op een dag
werd hij gevraagd mee te doen met een funk- en breakdance-wedstrijd. In de
laatste ronde moest hij het opnemen tegen de favoriet: Mamadou Diallo (die
nu in Parijs woont en daar traditionele Senegalese danslessen geeft). Issa
won, waarop Mamadou hem overhaalde mee te doen met het traditionele Senegalese
ballet Ahmed Kunta. Issa wilde eigenlijk niet. Dansen was voor de lol en niet
als professie, wat hij al had als meubelmaker. Hij ging toch kijken en een
week later trainde hij mee: de dans had hem ‘gepakt’. Niemand
van het ballet had tijd om hem de dansbewegingen en choreografieën te
leren, maar talent bleek hij wel te hebben. Na een week viel hij de manager
op tijdens een acrobatische solo en deze koos hem uit om nog datzelfde weekend
op te treden. ‘Wat was ik nerveus!’ herinnert Issa zich. Zijn
optreden bleek een enorm succes en daarmee won Issa zijn eigen dans-zelfvertrouwen.
Twee maanden later verliet Issa echter het ballet Ahmed Kunta. Waarom? Issa
antwoordt: ‘Het ballet is business, maar ik wilde met de oude vrouwen
en mannen dansen om mijn eigen traditie goed te kennen’. Drie maanden
vertoefde hij in Santiaba, een dorpje in de Casamance, Zuid-Senegal. In dit
dorp, waar ook de bekende Senegalese groep Toure Kunda vandaan komt, leerde
hij de bougarabou en seourouba dansen. Terug in Dakar danste hij weer bij
Ahmed Kunta om na een jaar weer te vertekken naar een dorpje vlakbij M’Bour
(ten zuiden van de hoofdstad). Issa was namelijk gevraagd door danser Assan
Dia (die momenteel in Groningen woont) voor een eenmalig optreden. ‘Ik
realiseerde me dat ik hier de echte Bambara-traditie kon leren’. Issa
reisde elk weekend vanuit Dakar op en neer. Zo vertelt hij tijdens ons gesprek
over de prachtige Bambara-dansen takosaba (oude vrouwen dans), grin (dorpsfeestdans),
komodougou (waarin oude mannen hun vrouwen willen charmeren) en jado (voor
doop- en huwelijksfeesten). Een jaar later wilde hij graag een nieuw programma
introduceren binnen ballet Ahmed Kunta, maar de choreograaf zag daar weinig
heil in. Anderhalve maand oefende Issa in het geheim met een aantal danseressen
van het ballet. De choreograaf had echter weinig zin om tijd uit te trekken
om Issa’s dansstuk te bekijken. Na veel discussie mocht Issa het toch
laten zien met als resultaat dat het meteen op werd genomen in het programma.
Al snel werd Issa leider en choreograaf van dit ballet, maar toch zag hij
weer iets anders: het ballet Sinnemeew. In dit ballet werd bijvoorbeeld de
Serer-dans ndjoup gedanst, die Issa nog niet kende. Tijdens de vier jaar die
hij door-bracht in dit ballet, bezocht Issa steeds verschillende regio’s
van Senegal om bij te leren. ‘Van Tambacounda tot Bamako (Mali): ik
wilde zoveel mogelijk dansen leren. Mijn leven bestond zeven jaren lang uit
twaalf uur dans per dag,’ aldus Issa. Ook het Nationaal Ballet van Senegal
aaste op hem, maar Issa bleef weigeren.Totdat een vriend (en danser van het
Nationaal Ballet) een ‘set-up’ regelde en aan Issa
vroeg: ‘Kom
me die dag op zoeken’. Die dag bleek ‘toevallig’ een auditie-dag
te zijn. Issa werd het podium opgesleept en kon vervolgens de volgende dag
beginnen.
Als solist en acrobaat vertrok hij vijfentwintig dagen later met het Ballet
naar Europa en Azië. Terug in Dakar kreeg hij een uitnodiging om lessen
te verzorgen in Zwitserland. Toen deze job voldaan was reisde hij door naar
Parijs, waar hij bij Doudou N’Diaye Rose jr. verbleef. Rawane Diakhaye
(ex-danser van Youssou N’Dour) nodigde Issa vervolgens uit om voor zijn
lessen in België percussie te spelen. Daar ontmoette Issa zijn huidige
vrouw Dominique, waarmee hij de vzw Mam Bambe, Centrum voor Afrikaanse Cultuur,
opzette. ‘Ze heeft me ontzettend veel geholpen.’ Zijn dansleraar-carrière
in Europa begon met twee workshops in België, waar rond de zeven leerlingen
aan deelnamen. ‘Maar ik had geduld’ zegt Issa. Bebey Youla (zie
de Nieuwsbrief van september 1997) had hem op een zomerstage in Bouillon ‘ontdekt’
(waar hij als percussionist voor Rawane werk-zaam was) en nodigde hem als
danser uit voor een duo-workshop in Nijmegen. Tijdens deze workshop kwam Turid
Bazuin naar hem toe om te vragen of hij in Amsterdam ook iets wilde beginnen.
Nu, vier jaar later, staan zijn workshops en wekelijkse lessen in België,
Nederland, Frankrijk en Duitsland vol met enthousiaste dansliefhebbers.
Ook richtte Issa het ballet Mam Bambe op. Dit gemixte ballet (waarin Senegalezen,
Belgen en Nederlanders samen een dans- en muziek spektakel showde en o.a.
in de Melkweg stonden) was voor Issa het voorbeeld voor het openen van deuren
tussen culturen. Zwart en wit samen op een podium om zo het racisme tegen
te gaan en om te laten zien dat het niet uit maakt uit waar je vandaan komt;
dansen is voor iedereen. ‘Helaas is Europa nog niet klaar voor zo’n
ballet. Ik hoop dat het op een dag weer succesvol, ook op professioneel niveau,
samen kan gaan’. Begrip en acceptatie voor culturen is iets wat Issa
met zijn werk wil bereiken. Hij wil het positieve van Afrika (de rijke cultuur)
tonen om zo de negatieve beelden, die de mensen via de televisie te zien krijgen
bij te stellen: ‘Net zoals wij in Senegal alleen maar televisiebeelden
uit Europa en Amerika van rijke mensen zien, terwijl het er absoluut geen
paradijs is en je gewoon hard werken moet voor je geld’. Issa is verder
nog zanger van zijn eigen band, waarin hij moderne en traditionele muziek
samen brengt.
Wil je meer informatie over de wekelijkse lessen, weekend-workshops, de zomerstage in de Belgisch-Limburgse bossen, de reis naar Senegal en optredens van Issa neem kontakt op met vzw Mam Bambe: 0032-14223328 (Herentals, België) of 0031(0)20-6756638 (Amsterdam).